Maart 2011, eindelijk het plantseizoen in zicht en alle voorbereidingen begonnen. Apas landbouwingenieur Romeo Toukam, bereidde alle kweekstations voor. Zodra de planten ter beschikking waren bij SAILD (Service d’Appui aux Initiatives Locales de Développement) die ons de fruitbomen gingen leveren vertrok Romeo met een plantkundige van deze organisatie en met 1200 fruitbomen, waaronder avocado en mango bomen en safou een lokale grote pruimensoort. Om maximale kansen op succes te hebben werd op aanraden van Saild gekozen om te starten met jonge boompjes. Zaden hebben speciale behandeling nodig en voor de mensen moelijker om uit te voeren. Om de hoogste slaagkans en het maximaal mogelijk aantal bomen over te houden verkozen we hier te starten ineens met jonge boompjes. De plantkundige en Romeo zorgden voor de nodige opleiding van de lokale boeren en begeleidde hen bij het enten , snoeien enz. van de boompjes. Alle deelnemende boeren kregen hiervoor het nodige gereedschap en alle nodige producten die nodig zijn in deze fase.
De mensen waren zeer enthousiast en gingen uit de bol bij de aankomst van een vracht fruitbomen die, gespreid over twee vrachtwagens in totaal 10 ton aan gewicht vertegenwoordigde.
Er werden drie soorten voorzien : Avocado (Persea americana) - Safou (Dacriodes edulis) – Mango (Magnifera indica). Zij zullen de cacaoplantages verrijken van 50 cacaoboeren die in 2009 nieuwe cacao aanplantten en op plantages hebben gezet.
Enkele weken later liet IRAD ( Institute for Agricultural Research and Development) ons weten dat de oliepalmnoten in twee weken tijd voldoende gekiemd zouden zijn om uit te planten. IRAD had ons de Tenera oliepalm aanbevolen. Een nieuwe hybride soort geïntroduceerd en aanbevolen door de Wereld Voedsel Organisatie (FAO). Een oliepalmsoort die de vele tekortkomingen in de dagelijkse voeding van de brousse bevolking zeker kan aanvullen. Te korten aan vitamines A en E aanvult en proteïnen en energie levert aan zijn gebruikers. Bovendien levert het nog waardevolle bijproducten die kunnen worden gebruikt als dierenvoedsel en compost. De tenera oliepalm is sterker dan zijn soortgenoten en kan zich aan verschillende klimaattypes aanpassen. Het groeit makkelijk, zelfs zonder irrigatie afhankelijk van de plaats en we kozen hier voor gekiemde palmnoten omdat zij niet enkel goedkoper zijn, maar aan behandelende producten en werkwijze eenvoudiger zijn en aldus de mensen meer kans op succes bieden. Romeo ging de kweekbakken bij de boeren voorzien van stekgrond en twee weken later keerde hij weer met 3000 gekiemde noten in de dorpen.
In de plaats van gemeenschappelijke kweekbakken per dorp werden alle deelnemende boeren geleerd hoe ze zelf hun eigen kweebakken konden maken en onderhouden.
Na vier maanden zullen de van nabij opgevolgde plantjes worden over gezet in grotere zakjes (want bloempotten bestaan er niet) behandeld met meststoffen tot ze groot genoeg zijn om in de nabijheid van de cacao plantages te worden gezet nog eens 8 maanden later.
Alle cacao plantages van de deelnemende boeren zullen worden verrijkt met fruitbomen en in Juli – Augustus 2011 zal een nieuwe opleiding worden gegeven voor imkers. In de praktische opleiding zullen nieuwe bijenkasten worden gemaakt die dan weer de cacao plantages extra zullen verrijken. Door de bloesems later van de fruitbomen zullen zij worden aangetrokken en hierdoor de bestuiving en aldus de oogst bevorderen zowel voor fruitbomen als cacao.
Een succes story dankzij het Efico fonds en de Koning Boudewijn Stichting. Zij bleven geduldig wachten tot wij konden startten en de Arcus Fondation droeg op haar beurt ook een deel bij om het totale aantal fruitbomen en oliepalmen te kunnen aankopen.
Voorstelling : cacao plantages verrijken met fruitbomen en braakland herbebossen
De kansen voor een succesvolle bescherming van het Reserve Biospére de Dja (RBD) liggen ook in de kwaliteit en de omvang van de huidige activiteiten in haar periferie.
Een goed management van alle activiteiten in de periferie werkt kosten verlagend en verminderd de jachtdruk in het reservaat. Ongeveer 6000 mensen wonen in de periferie en binnen de RBD met als belangrijkste activiteiten de landbouw, jacht, visvangst. Afgezien van deze lokale gemeenschappen, hebben houtkap bedrijven een negatieve impact op het bos en de natuur.
Een duurzaam beheer is de motivering en de doeltreffendheid ervan in het behoud van de biodiversiteit en de verbetering van het inkomen van de bevolking kan worden gehandhaafd, verbeterd en ontwikkeld ten behoeve van zowel de huidige als de toekomstige generaties. Deze aanpak komt overeen met het concept van duurzame ontwikkeling gelanceerd door de voormalige Zweedse premier Mevrouw Bruntland in 1987 . People, Profit, Planet. Dit is een andere manier om te wijzen op de noodzakelijke integratie van de sociale, economische en milieucomponenten van duurzame ontwikkeling. Bossen, oude Braakland en agrobos zijn belangrijk omdat ze de koolstof sneller dan andere aardse organismen opnemen. Ze doen dat door het fenomeen van de fotosynthese. Uit een studie (Cremar, 2001), blijkt dat m3 hout ongeveer 200kg koolstof kan opslaan. Hij verklaarde tevens dat een ton koolstof opgenomen door een woud kan worden vergeleken met een biomassa van 3,667 ton koolstof uit de atmosfeer opgenomen.
Globaal gesproken, agrobossen op basis van cacao zijn een grote behoefte in de landbouw. De cacao een eerste teelt met rendabele capaciteit in Kameroen, vervangt echter niet de aanverwante beplantingen van niet-hout bosproducten, hout, geneeskrachtige planten en anderen. Cacao combineren met andere gewassen is ook diversificatie van landbouwbedrijven en hun inkomen. Hiermee vangen zij de diverse onregelmatigheden op bij de prijs van cacao op de internationale markt en is ze ook een alternatief voor stroperij in de periferie van het Reserve Biosfeer Dja.
De aanpak is samengevat in: Produceren, verbeteren zonder vernietigen. Deze agrobossen zijn gevestigd in oude cacao, jonge cacao terreinen en braakland. De aanwezigheid van de bijbehorende aanplantingen biedt de noodzakelijke schaduw aan de cacao om de duurzaamheid van de cacao te bevorderen, maar kan tegelijk de producent een diversificatie van de inkomsten leveren in periodes waar nog geen oogst van cacao bonen mogelijk is.
Het opzetten van een beheersplan voor PARTICITORY JACHT In de Noordelijke periferie van de DJA BIORESERVAAT, met de betrokkenheid van de plaatselijke bevolking (ECOFAC 2000-2008) , een systeem van agro bosbouw, economisch levensvatbare, milieuvriendelijke en efficiënte instrumenten ter bestrijding van stroperij.
Hiervoor is het aan te bevelen om cacao die enkel groeit in de schaduw van grote bomen, te combineren met fruitbomen zoals:
- oliepalm (Elaeis guineensis) plantaardige olie voeding
- citrus (pamplemousse-mandarine-citroen) (voeding)
- safou (Dacryodes edulis), grote pruimensoort , rijk aan eiwitten, vetten, voedingsvezels, mineralen en essentiële aminozuren. De olie die wordt gewonnen uit zowel the pulp en het zaad, is rijk aan palmitinezuur, oliezuur en linolzuur.
- avocado (Persea americana), voeding
- mango (Mangifera indica), na de banaan een van de het belangrijkste voedingsmiddelen
- bushmango (Irvingia gabonensis), voeding – plantaardige olie
- moabi (Baillonella toxisperma ) (met uitsterven bedreigd door houtkap)
- pseudo bomen (banaan (Musa sapientum) en plantain (Musa pardisiaca of bakbananen);
- bosplanten (gember (Zingiber officinalis) voeding, lokale geneeskunde.
Dit project werd in 2011 gefinancierd foor het Efico fonds (Apas) en de ARCUS foundation (Apas-PGS) in samenwerking met het Conservatie project van de Antwerpse Zoo PGS of Projet Grands Singes.