Titel:
Demonic Males
Ondertitel:
Apes and the Origin of Human Violence
Auteur:
Richard Wrangham and Dale Peterson
ISBN/ASIN:
395877431
Besprekingen
Independent (Cover)
For all the “nature redin tooth and claw” that the book reveals, its message is ultimately a hopeful one … The challenge is to find the social arrangements that make violence not worth the candle.
Koen Robeys
- “Doet het er toe dat wij apen zijn ?” Wie om het even welk onderwerp uit de rijke schatkamers van het menselijk gedrag vanuit deze vraag bekijkt, komt meteen kniediep in het “natuur-cultuur debat” terecht. Want wanneer we de vraag negatief beantwoorden, dan maken we van het feit dat de mens een van de ongeveer tweehonderd primaten is, een curiosum dat verder geen rol te spelen heeft in theoretisch of praktisch onderzoek. En indien we daarentegen bevestigend beantwoorden, dan dreigen een groot aantal thema’s die ons nauw aan het hart liggen niet langer voorwerp van politieke afspraken of doordacht beleid te zijn, maar pardoes in het kamp van erfelijk bepaalde bagage terecht te komen, waar we ze moeten nemen zoals ze zijn.
Erger nog is, zoals de sinistere titel al laat vermoeden, dat het boek niet bepaald over “om het even welk onderwerp” deze vraag wil stellen, maar die meteen ook in een dubbele escalatie laat terecht komen. Ten eerste zal het gaan over de vraag of het geweld dat onze soort kenmerkt iets met deze “natuur” te maken heeft, en ten tweede zal het gaan over de vraag of het feit dat dit geweld zich nadrukkelijk bij de mannelijke soortgenoten concentreert, eveneens aan hun “natuur” ligt.
Daarmee grijpen we met beide handen het intellectuele equivalent van een overkritische massa verrijkt uranium vast. Want of dat nu terecht is of niet, de mogelijkheid dat dit geweld een gevolg van een biologische nalatenschap is, kreeg het etiket opgeplakt van een rechtvaardiging van dit feit, alsook van een onontkoombaarheid die elke poging om er iets aan te doen al op voorhand naar de stapel hopeloze gevallen zond. De suggestie wordt dan ook doorgaans noch bij de potentiele slachtoffers, noch bij beleidsmakers die de wereld (definitief) willen verbeteren, op gejuich onthaald. - Het eerste probleem dat het boek dan ook moet overwinnen is het laveren tussen klippen zoals het punt waar we niet eens de toestemming hebben om over geweld in deze termen na te denken, en het punt waar het denken in deze termen in het andere extreem verzandt, en leidt tot een soort biologisch determinisme. De vraag of biologische achtergronden een invloed uitoefenen kan mogelijk toegelaten zijn, het is nog iets heel anders dan er de determinerende oorzaak van te maken.
Maar hoe zit het aan de andere kant van het spectrum ? Is het niet denkbaar dat al die cijfers over hoe het mannen zijn die de de misdaad en het geweld domineren, het product zijn van culturele invloeden ? Net zoals het denkbaar is dat alle moeite die steeds weer nodig is om tot gelijke berechtiging van de geslachten te komen, het product is van een politieke machtsgreep van de mannen ? In dat geval wenkt de oplossing van erg veel moeilijkheden, want wat door een culturele ingreep veroorzaakt wordt, kan door een culturele ingreep worden opgelost.Het antwoord is dat dat inderdaad denkbaar is, maar dat er met deze visie moeilijkheden zijn. De vraag die we ons moeten stellen is of we bereid zijn de volgende visie te aanvaarden. We vertrekken van een bepaald geheel van (in voldoende mate) “universeel” menselijke sociale structuren en systemen. We stellen vast dat soortgelijke structuren en systemen, niet zelden vrij gedetailleerd, ook het sociale leven van dieren, bij voorkeur zo verwant mogelijk aan de mens, kenmerken. Wanneer we dan volhouden dat bij de mens deze sociale verschijnselen het resultaat zijn van cultureel bepaalde ingrepen, blijft de vraag hoe de cultuur er in slaagt de dankbare mensheid eerst een “oneindig rijk” menu aan mogelijkheden te bieden, om vervolgens toch weer op het punt uit te komen van waar de natuur blijkbaar zelf ook al vertrokken was. - Als we onder het woord “natuurlijk” voor het gemak verstaan dat het met een zekere regelmaat in het dierenrijk voorkomt, dan is oorlog beslist “natuurlijk”. Het komt voor onder uiteenlopende soorten als leeuwen, wolven, hyena’s, chimpansees en mieren. Bovendien vertoont het verschijnsel in al deze uiteenlopende gevallen enkele duidelijke parallellen. De basisingredienten zijn telkens weer numerieke overmacht en verrassing. Wellicht vinden we het feit dat we deze ingredienten ook terugvinden in twintigste eeuwse militaire strategie nog niet voldoende om dan maar tot een evolutionaire erfenis te besluiten. Maar anderzijds veronderstelt een dergelijke erfenis een lange, kronkelige lijn van “kleine aanpassingen” vanaf een bepaald beginpunt. Wanneer we dan dat beginpunt aantreffen waar het volgens de theorie moet zijn, dan ziet het er naar uit dat we alvast een mogelijke weerlegging gepasseerd zijn.
Kunnen we de vastgestelde continuiteit het gevoel van “richting” bezorgen dat we van een zichzelf respecterend evolutionair proces verwachten ? Chimpansee veldslagen kenmerken zich nog steeds door groepen, die trachten duidelijk kleinere (“overmacht”) groepen te verschalken wanneer die daar niet op bedacht zijn (“verrassing”). Verschillend echter van andere soorten vormen ze daartoe patrouilles die werkelijke strooptochten organizeren op “vijandelijk” gebied. Een andere nieuwe dimensie bestaat er in dat behalve het verzwakken van de tegenstander ook het ontvoeren van de vrouwtjes doel van de onderneming wordt.
Waarmee we zijn aanbeland bij de gebruiken van de zogenaamde “primitieve volkeren” waarover anthropologen al zovele decennia fascinerende verslagen schrijven. “Raids” waarbij een bij voorkeur numeriek zwakkere tegenstander bij voorkeur wordt verrast om bij voorkeur slavinnen te maken, blijken een haast universeel kenmerk van “primitieve gemeenschappen” over de hele planeet te zijn. Doet het er, dus, toe dat wij apen zijn – waarbij juist onze meest verwante neven, de chimpansees, precies dat gedrag vertonen, of heeft dat er integendeel helemaal niets mee te maken ? - Reden genoeg dus om mogelijke verbanden tussen de “dubbele escalatie” en biologische achtergronden minstens ernstig te nemen. En ongeveer op het moment waarop de auteurs hun lezers overtuigd hebben dat wij blijkbaar te goed op de chimpansees lijken om erg optimistisch te zijn, laten ze nog een andere aap uit de mouw komen. De bonobo verschijnt op het toneel en toont aan dat het beter kan.
Demonic Males lanceert een hypothese waarbij bonobo’s zouden leven in een rijker gebied dan de chimpansees. Het gevolg daarvan is dat de groepen stabieler zijn, vermits ze minder vaak in kleine groepjes fouragerende dieren opbreken. Maar als het mogelijk is in een groep van vier in een oogopslag te zien dat de vijand in zijn eentje het onderspit zal delven, dan lukt dat al heel wat minder wanneer een groep van veertien een groep van elf ontmoet. De stabielere structuur maakt dan bij deze hypothese het sociaal leven tussen de verschillende groepen veel minder heftig dan bij de chimpansee.
Maar ook binnen de groepen leidt dezelfde hypothese tot aanzienlijk verschil in sociaal gedrag. De grotere samenhang van de groepen maakt het mogelijk dat vrouwtjes veel meer de gelegenheid hebben om allianties te smeden dan vrouwelijke chimpansees. Dat leidt er toe dat bonobovrouwtjes een veel grotere invloed hebben op het bonoboleven, en eigenlijk zelfs de macht in handen hebben. En dat heeft dan op zijn beurt weer een sterk kalmerende werking op de mannetjes, die voor hun energie andere en creatievere kanalen zoeken dan vechten en bijten.
Volgens het boek is er dus geen reden om ons over de dubbele escalatie erg veel zorgen te maken. Ook al lijkt het er op dat we sommige minder ideale kenmerken met chimpansees gemeenschappelijk hebben, dan zijn er altijd nog de even nauw aan ons verwante bonobo’s om ons er op te wijzen dat er “van nature” ook heel andere mogelijkheden zijn. Zelfs indien het er toe doet dat wij apen zijn, dan nog zijn we niet verplicht om wie dan ook zomaar na te apen.




